De recente registratie van een preventief vaccin tegen baarmoederhalskanker geeft aanleiding tot de discussie over de implementatie hiervan in Nederland. In de dagelijkse praktijk van o.a. gynaecologen worden veel vragen gesteld over de wenselijkheid of zelfs noodzaak om over te gaan tot vaccinatie. De vragen hebben betrekking op de veiligheid van het vaccin, de leeftijd waarop vaccinatie zou moeten worden toegepast, de keuze van het juiste middel, de aard van de doelgroep en de eventuele gevolgen voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker.
In dit standpunt, opgesteld door de werkgroep HPV-vaccinatie implementatie van de WOG/NVOG onder voorzitterschap van prof. dr. G.G. Kenter, wordt een overzicht gegeven van de huidige stand van zaken en worden aanbevelingen gedaan t.a.v. implementatie.
NVOG schaart zich achter het advies van de Gezondheidsraad
Het artikel ‘Vaccinatie jonge meisjes leidt tot meer doden' in het Algemeen Dagblad van woensdag 19 november 2008 evenals het stuk van 20 november 2008 op AD.nl - ‘Artsen vrezen meer doden door inenting' is onjuist en zaait onnodige onrust. Beide artikelen zijn gebaseerd op het artikel ‘HPV-vaccinatie weinig zinvol' in Medisch Contact van 18 november 2008. De NVOG kan zich niet vinden in de inhoud van deze artikelen. De aanname dat HPV-vaccinatie leidt tot onvoldoende deelname aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is niet wetenschappelijk onderbouwd.
De NVOG adviseert daarom om de effecten van het vaccinatieprogramma goed te monitoren, zoals ook geadviseerd is in het rapport van de Gezondheidsraad van 1 april 2008. In dit rapport worden alle argumenten voldoende besproken. De NVOG stelt zich achter dit advies.
De Commissie Bestrijding baarmoederhalskanker zal in 2009 een advies uitbrengen over eventuele wijziging van het bevolkingsonderzoek. Vooralsnog blijven zowel preventief vaccineren als screenen naast elkaar bestaan.'