De grootste risicofactor voor het ontstaan van cervixcarcinoom is een persisterende infectie met een hoog-risico type humaan papilloma virus (HPV) (1). Uit epidemiologische studies is gebleken, dat minstens 80 % van de jonge vrouwen die seksueel actief worden, een infectie oploopt met een of meerdere typen humaan papillomavirus (HPV). Bij de meeste vrouwen wordt deze infectie geklaard door het immuunsysteem. Pas indien de infectie persisteert, bestaat de kans op het ontwikkelen van een (pre-)maligniteit van de cervix (3,4). Premaligne aandoeningen vormen een indicatie voor kolposkopisch onderzoek en een eventuele behandeling. De minder ernstige afwijkingen kunnen "spontaan" verdwijnen. Uit onderzoek blijkt dat de klaring van een HPV infectie en daarmee het verdwijnen van HPV gerelateerde afwijkingen, gepaard gaat met een specifieke - tegen dit virus gerichte - cellulaire en humorale afweerreactie (5,6,7,8). In 60% van de carcinomen treft men het HPV type 16 aan en in 15% een HPV type 18 (9).