De gunstige resultaten die bereikt zijn met de twee preventieve vaccins rechtvaardigen de discussie over implementatie ondanks eerdergenoemde beperkingen. Uit verschillende buitenlandse studies blijkt preventief vaccineren kosten effectief te zijn, ook in landen met een incidentie van het cervixcarcinoom als Nederland. Alleen wanneer het grootste deel van de doelgroep gevaccineerd wordt voordat besmetting met het virus plaatsvindt, zal een preventief vaccin optimaal werken. Ervaringen met andere vaccinaties in
het rijksvaccinatie programma (RVP) laten in Nederland een vaccinatiegraad van 90% zien. Implementatie via het RVP zal dus de grootste kans geven op het bereiken van meer deelnemers in vergelijking met het huidige bevolkingsonderzoek (65%).
Er is nog weinig bekend over het effect van vaccinatie bij vrouwen nadat ze (mogelijk) al zijn blootgesteld aan HPV. Lopende studies moeten hierover uitsluitsel geven. Uit eerder genoemde cohort studies bij 12-26 jarigen is bekend dat in deze leeftijdsgroep >70% nog HPV negatief is (18). Van de groep met een doorgemaakte infectie heeft slechts 1 % een dubbelinfectie met type 16 en 18, en heeft geen baat bij vaccinatie. Van de vrouwen met een actieve infectie op het moment van vaccineren, 5% van het totaal, heeft < 40% een HPV 16 of 18 infectie, waarvan 1/3 seronegatief is en 2/3 seropositief. Bovendien heeft 4-5% een al bestaande dysplasie. Deze laatste, evenals de seropositieven zullen waarschijnlijk geen baat hebben bij het preventieve vaccin. De overgrote meerderheid van deze leeftijdsgroep lijkt dus nog baat te hebben bij vaccineren.
Alleen vaccineren op verzoek (opportunistisch vaccineren) heeft als belangrijk bezwaar dat mogelijk de juiste doelgroep niet wordt bereikt en het gemis van een gunstig effect van groepsimmuniteit .
Na HPV 16/18 vaccinatie is er op termijn een 50% reductie van CIN 2/3 laesies te verwachten. Voor Nederland betekent dit dat het huidige aantal verwijzingen van 12.000-15.000 / jaar teruggebracht wordt naar 6.000 - 9.000 verwijzingen per jaar. Het aantal ingrepen aan de cervix voor een CIN 2/3 laesie, en de gevolgen daarvan zal naar verwachting met een zo'n 3.000 afnemen. Dit aspect van gezondheidswinst als bijkomend effect van vaccinatie dient meegenomen te worden in het uiteindelijke advies.
Een HPV infectie beperkt zich niet tot vrouwen, ook veel mannen blijken een subklinisch HPV infectie te hebben en kunnen dus een virusreservoir zijn (20). De vraag of mannen ook gevaccineerd moeten worden is nog onvoldoende uitgewerkt. Computermodellen hebben berekend dat, indien vaccinatie wordt uitgebreid tot de mannelijke populatie, een extra bescherming van 2,2% op het ontstaan van baarmoederhalskanker optreedt (21). Er zijn nog weinig studies naar de resultaten van vaccinatie bij mannen. Deze worden verwacht in 2008. Vaccinatie van jongens is volgens de huidige berekeningen derhalve niet kosteneffectief.
Het verrichten van een HPV test voorafgaande aan vaccinatie is niet kosteneffectief en wordt afgeraden. Een diagnostische test naar het bestaan van een dysplastische lesie aan de cervix voorafgaand aan vaccinatie bij vrouwen na de sexarche is waarschijnlijk evenmin kosteneffectief., en zou alleen worden gerechtvaardigd door de angst voor valse bescherming bij vrouwen met een reeds bestaande afwijking.